Met de roestige boot naar Rabaul en Kokopo
| Naam Reisverhaal: | Boot naar Rabaul en Kokopo |
| Eigenschappen: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Vroeg op (schijnt normaal te zijn hier), neem ik afscheid van de man ontmoet op Hoskins airport (Andrew), en ga samen met al David's vrienden, Christine (zus David) en Andrew naar de haven. Samen met Andrew vertrek ik naar Rabaul. Ik kom voor 40 Kina op een boot te zitten die van voor de tweede wereldoorlog zou kunnen zijn. Roest overal en de mensen slapen op de grond tussen hun bagage. Ik had gedacht dat mensen van PNG met al die eilanden wel echte zeemensen zouden zijn, maar nee hoor, ik heb nog nooit zoveel mensen zien kotsen als tijdens deze rit. Volwassenen over de reling en de kinderen nemen de moeite niet om een verstandig plekje uit te kiezen. Ik voel me op deze boot prima, in tegenstelling tot de veel wildere boottocht van gisteren.
Na dertig uur, en daar wordt je echt niet blij van, komen we aan in Rabaul en zoeken Andrew's neef op, waar we, na wat rondkijken, die nacht blijven slapen. Ik koop wat noodles, want ik heb geen zin om weer rijst met "corned beef" te eten. Water wordt op een zelfgemaakt vuur gekookt, omdat het gas in het huis op is. Lekker douchen en vroeg naar bed, want de bootreis heeft me duidelijk wel moe gemaakt.
Andrew's neef en familie vertrekken vroeg in de ochtend naar hun "hometown", waardoor wij vroeg naar Kokopo reizen. Andrew moet hier het een en ander regelen en in de middag ontmoeten we pater Benjamin. Bij hem op het terrein van de Sacred Hearts Semenari, een school voor broeders en zusters, kunnen we blijven slapen.
In Kokopo bekijken we het museum, de markt en de queen Emma steps, die enorm tegenvallen. Terug op de Semenari ontmoet ik een paar goede gasten (Fred, Michael en Johnson). Ik leer hen het spel "shithead" en we hebben een goede avond.
's-Ochtends met een dinghie kapitein gepraat en mijn dinghiereis naar New Ireland voor morgen vastgelegd. Verder rondgelopen in Rabaul, een "Japanese barge tunnel" gezien. Hier een arme familie ontmoet die alles met me deelden. Ik deelde het eten dat ik bij me had en ga de foto's die ik gemaakt heb naar hen opsturen. Terug in Kokopo ontmoet ik allerlei aardige mensen en samen met een andere pater van de seminaria, rijd ik terug.
De broeders en zuster op de seminaria hebben een goed leven. De tuin staat namelijk vol met groenten en fruit dat ze voor het eten gebruiken.
Wil je reageren?
Velden met een * zijn verplicht.







